Korte historiek.

Onze folkloristische groep vond zijn ontstaan in het begin van de 20ste eeuw, de activiteiten pasten in het kader van het toen actieve buurtleven en bestond voornamelijk hoofdzakelijk uit het begeleiden en vieren van gouden, diamanten en briljanten bruiloften. In die tijd gaven zulke jubilea aanleiding tot bonte buurtfeesten. De tijdgeest en de omstandigheden deden deze traditie stilaan afzwakken en tussen WOI en WOII verdwenen De Lierse Keersters volledig uit het straatbeeld.

Tot zij in 1980 werden herboren ter gelegenheid van de viering van een 100-jarige. Om in de geest van de eeuwwisseling te blijven dacht men aan Keersters om het feest op te vrolijken. De schoonheid van de groep is opvallend door zijn éénvoud en éénvormigheid. Net omdat het allemaal zulke éénvoudige mensen waren is er weinig literatuur over te vinden. Alle evenementen werden mondeling en met veel humor doorgegeven. (enkel via de beeldbank en ouderen in de stad zijn nog foto's te vinden van allerlei optredens).

De Keersters zijn allemaal gehuld in zwarte kledij met als contrast het witte schortje met bloemmotief. Om de hals prijkt een medaillon met de al even bekende Lierse kant. Hun bezems zijn versierd met rode en witte linten, alsook met bloemetjes in dezelfde kleuren.

Rood en wit zijn immers de Lierse stadskleuren.

Iedere keerster draagt ook een bloem in het haar, links of rechts naargelang welke rij ze volgen in de stoet.

Het boerenkoppel bij de groep, evenals hun klederdracht (boerin: oude Brabantse muts in Lierse kant, zwarte kledij en wit-rood gestreepte schort. Boer: boerenkiel en pet) verwijst naar de vieringen in het begin van de eeuw.  De Suisse met hoge hoed, pitteleer en maatstok kijkt toe zodat alles goed verloopt. Vooraan loopt de boer met de vlag van De Lierse Keersters en onze trommelaar & accordeonist zorgen voor de juiste noot.